De diverse fases die een pup doormaakt

Door Debby Leenders

 

 

De ontwikkelingsfasen van een hond op een rijtje:
Neonatale fase (0 – 2 weken)
Overgangsfase (3e week)
1e Socialisatiefase (3 – 12 weken)
Juveniele fase (3 – 8 maanden), inclusief 2e Socialisatiefase (3 - 6 maanden) + start Puberteit (tussen 6 – 8 maanden)
Seksueel volwassen (tussen 8 – 18 maanden)
Sociaal volwassen (tussen 18 – 36 maanden)

*Neonatale fase (0 – 2 weken)
In deze periode is de pup nog blind en doof en compleet afhankelijk. Hij doet niet veel meer dan slapen en drinken. De reuk en tastzin (temperatuur en druk) werken al wel vanaf de geboorte. De enige interesse van de pup is op dit moment echter nog de melk en warmte van de moeder. Het gedrag van de pup bestaat eigenlijk nog alleen nog maar uit reflexen. Door het likken van de pup door de moeder wordt het ontlasten opgewekt.

*Overgangsfase (3e week)
In deze fase gaan de ogen van de pup open en vervolgens ook de oren en begint hij te reageren op zijn omgeving. De zintuigen beginnen zich ontwikkelen en de eerste gedragspatronen worden nu zichtbaar. De pup zal proberen te gaan lopen in plaats van kruipen, zichzelf gaan ontlasten en hij zal gaan reageren op zijn moeder en nestgenoten en ook op de mensen om hem heen. Het is vanaf dit moment heel belangrijk dat de pup verschillende indrukken gaat opdoen.

*1e Socialisatiefase (3 – 12 weken)
In deze fase gaat de pup de wereld ontdekken. Het is dan ook heel belangrijk om hem gedurende deze hele fase allerlei nieuwe ervaringen te laten opdoen, zodat hij gewend kan raken aan allerlei verschillende situaties, voorwerpen, geluiden, dieren en mensen, maar vooral ook, zodat hij voor de toekomst leert hoe met voor hem onbekende zaken om moet gaan en hoe hij zich over zijn eerste schrikreactie heen moet zetten.
Daarbij is dit een fase, waarin hij leert hoe hij zich moet gedragen om te kunnen overleven. Hij moet daar dus in oefenen. Je ziet daarom ook allerlei gedragingen voorbij komen, waaronder (prooi) besluipen en (dood)schudden, rangorde spelletjes, rijgedrag (als uiting van dominantie).
Kortom, alles wat een pup in deze tijd leert, ervaart en meemaakt, zal hij in zijn latere leven als normaal zien. Deze fase is heel belangrijk en het is dus ook van groot belang dat de pup in deze fase goed begeleid wordt door de fokker. De in deze fase opgedane ervaringen vormen een uiterst belangrijke basis voor de toekomst van de hond.
-1ste periode (3 – 5 weken)
In deze periode is het belangrijk dat de pup leert omgaan met zijn eigen soortgenoten. Hij kent nog geen angst en gaat overal op af. Het is ook belangrijk om de pup in deze tijd kennis te laten maken met allerlei andere diersoorten en ook met mensen. Een fokker speelt in deze periode een belangrijke rol. Hij of zij zal alles in goede banen moeten leiden.
De pups gaan langzaam over op vast voedsel (in deze periode zal het fenomeen “mondhoeken likken” voorbij komen, zo haalt de pup in het wild de volwassen hond over om te braken). De eerste geluidjes klinken uit de werpkist en er zullen rangorde gevechtjes te zien zijn. Langzaam maar zeker gaan de pups de werpkist verlaten. Wanneer een pup een nestgenootje te hard bijt, dan zal deze even hard piepen, waarvan de pup schrikt en loslaat. Zo leert de pup om niet te hard te bijten (bijtinhibitie). Mocht de pup toch doorgaan, dan zal de moeder ingrijpen.
-2e periode (5 – 8 weken)
De pup woont nog steeds bij de fokker. Aan de fokker de taak om een verschil tussen speel- en slaapruimte te creeëren, zodat de pup kan leren om na het slapen zijn behoefte buiten het nest te doen. Wanneer de fokker dat niet doet en de pups in een te kleine ruimte houdt, dan zal het zindelijk maken van de pups naderhand een stuk moeilijker worden.
De pups worden onafhankelijker (dit merk je als fokker ook). Ze drinken niet of nauwelijks meer bij de moeder. De rangorde onder de nestgenoten wordt bepaald. Dit is ook een leeftijd waarop de pups nog meestal niet veel angst kennen. De pups worden steeds nieuwsgieriger naar de omgeving, maar je merkt ook dat ze aan het einde van deze periode voorzichtiger worden. Het wordt dus tijd voor de nieuwe eigenaren.
- 3e periode (8 – 12 weken)
Het zenuwstelsel heeft zich inmiddels verder ontwikkeld en de pups worden gevoeliger voor indrukken. Voor de nieuwe eigenaar is de taak weggelegd om deze periode zo goed mogelijk te benutten en de pup op een positieve manier met zoveel mogelijk dingen kennis te laten maken. De pup zal moeten leren omgaan met onze drukke menselijke maatschappij, met verkeer, mensenmassa’s en de maatschappelijke eisen die men tegenwoordig aan een hond stelt.
Toch moet het aanbieden van de diverse nieuwe indrukken ook niet te overweldigend zijn. Het moet wel enigszins met beleid gaan. “Overdaad schaadt!!!", zoals men dat zegt.
De nieuwe baas heeft in deze periode een voorbeeldfunctie en leert de pup te gaan vertrouwen op het inzicht van zijn menselijk roedelgenoot. Als de baas op een nieuwe en misschien wat angstige situatie niet reageert is de pup geneigd zijn gedrag over te nemen. Zo wordt gebouwd aan een relatie waarin baas en hond blindelings op elkaar kunnen vertrouwen en de baas ook daadwerkelijk de roedelleider is.

*Juveniele fase (3 - 8 maanden), inclusief 2e Socialisatiefase (3 – 6 maanden)
In deze fase is het heel belangrijk om door te gaan met socialiseren, de eerder opgedane ervaringen te bekrachtigen en nieuwe uitdagingen voor de pup te zoeken, voordat hij dat zelf gaat doen.
In deze fase gaat de pup ook van gebit wisselen. Dit kan zijn gedrag tijdelijk negatief beinvloeden doordat hij aan allerlei dingen gaat knagen. Aan de eigenaar de taak het knagen te voorkomen, door afleiding te bieden en dingen waar de pup wel aan mag knagen.
-1ste periode hiërarchie centraal (3 – 4 maanden)
Deze fase begint met de vraag: “Wie is hier de baas”? De pup wil weten wat zijn plaats is in de roedel (de gemeenschap waarin hij op dat moment leeft). Hij zal dus ook volop gaan uitproberen en eventueel ook proberen om zo hoger op de rangorde ladder te komen. Het is belangrijk dat de eigenaar nu consequent is, want de pup is constant bezig zijn grenzen te verkennen. De pup wordt brutaler en lijkt eigenwijzer te worden, legt zich niet zomaar meer neer bij een bepaalde situatie. Nu is het zaak dat de baas ook daadwerkelijk de baas blijft.
-2e periode: angstfase (5 – 6 maanden)
In deze fase kan de hond ineens (opnieuw) angstig worden voor allerlei zaken, waarvoor hij tot die tijd totaal niet (meer) angstig was. Het is heel belangrijk voor de eigenaren om ook nu consequent met de hond te blijven omgaan en zelf niet op angstige situaties te reageren. Ook nu blijft het belangrijk om de hond nieuwe ervaringen te laten opdoen, maar ook nu weer wel enigszins met beleid en niet te overweldigend, zodat de hond de kans krijgt om (opnieuw) aan de voor hem beangstigende zaken te wennen en zich (opnieuw) over zijn (eerste) schrikreactie heen te zetten.
- 3e periode: start puberteit (6 – 8 maanden)
Dit is de periode waarin de pups net als kinderen al het geleerde ineens lijken te zijn vergeten. De zogenoemde puberteit, de voorbeeldige pup die alles spelenderwijs eigen maakt, weet plotseling niet wat de baas bedoeld, wanneer er iets gevraagd wordt.
Ook gaan de hormonen aan het opspelen. Teven worden aan het eind van deze fase loops en reuen raken hoteldebotel van luchtjes van andere honden. Ze krijgen belangstelling voor loopse teven en gaan tijdens het plassen de poot optillen.
Om deze periode goed door te komen, is het voor de baas zaak om vooral consequent en zonodig streng op te treden. De baas moet zijn grenzen duidelijk aangeven en bewaken!!

*Volwassenheid
Zodra de puberteit voorbij is en seksuele rijpheid zich voordoet, kan de hond als volwassen beschouwd worden. Hij is inmiddels een slungel, die zijn hoogte heeft bereikt, maar die nog wel moet ‘uitzwaren’. Bij een Cane Corso kan dat wel tot een leeftijd van 3 of 4 jaar duren. Dit geldt zowel voor de lichamelijke als voor de geestelijke kant. De opbouw van het gedrag is in principe klaar, maar moet wel onderhouden worden. De hond heeft zijn puberteit achter de rug en is nu officieel volwassen, maar hij moet nog tussen de oren groeien.