Karakter

Het karakter van de Cane Corso staat deels omschreven in de officiële rasstandaard. Van oudsher werd de Cane Corso geselecteerd op karakter en daarbij het vermogen te kunnen en te willen werken. Uiterlijk was minder belangrijk. Niemand uit die tijd, behalve enkele welgestelden, hield zomaar voor de gezelligheid een hond.

Zoals u al hebt gelezen in de geschiedenis van de Cane Corso is hij een bewaker van huis en hof en een veedrijver. Door het bezit van veel positieve karaktereigenschappen is het eigenlijk een veelzijdige hond.
Om de eerste functie te kunnen uitoefenen is een hond nodig die waakzaam en alert is. De Cane Corso moest kunnen inschatten of er een veehandelaar met goede bedoelingen over de vloer kwam of dat het iemand was met snode plannen, hij is daarom argwanend tegenover vreemden. Als de baas van huis was moest hij in deze gevallen zelfstandig handelen. Daarnaast hoort hij sociaal en loyaal naar zijn eigen gezin te zijn, dit aangezien Italianen ook een erg sociaal volk zijn en graag bij elkaar komen voor een wijntje en een praatje, de Cane Corso moet daarom betrouwbaar zijn voor familie en gezin. De Cane Corso moest alert zijn om een situatie in te kunnen schatten, daarbij gebruik maken van zijn intelligentie om daarbij de bijbehorende acties te bepalen. De Cane Corso hoort een stabiele hond te zijn die zijn kracht bedachtzaam gebruikt.
Voor de 2e functie moest hij daarom naast de eerst genoemde eigenschappen ook nog andere eigenschappen hebben. De Cane Corso moest moed tonen en overwicht hebben( dominantie zonder agressie) om weerbarstige runderen te overtuigen weer terug te gaan naar de kudde. Dat ging zelfs zover dat de Cane Corso ook wel bovenop het rund sprong om hem bij de neus of oren te pakken om hem op andere gedachten te brengen. Het betrof meestal stieren die naar het slachthuis gingen. Moed en overwicht had hij ook nodig om veedieven en roofdieren te weren.
Naast dat de Cane Corso veel gebruikt werd door boeren, werd de Cane Corso ook gebruikt door veldwachters als bescherming voor zichzelf tijdens het s,nachts aanhouden van stropers en struikrovers. Meestal gebruikte hij de donkere exemplaren vanwege het verrassingseffect.
De Cane Corso werd ook ingezet bij de jacht op wilde zwijnen waar hij naast het opsporen en opdrijven de jager hielp door het wilde zwijn in bedwang te houden zodat de jager het karwei af kon maken. Voor dit doel moest hij over veel kracht bezitten en behendig zijn. Hier werden overwegend de lichte exemplaren ingezet, om af te steken tegen de donkere zwijnen zodat niet per ongeluk een Cane Corso werd gedood.

Zoals al gezegd is de Cane Corso erg Loyaal naar zijn baas, hiervan getuigd het volgende verhaaltje uit Italië;

Een boer leefde met zijn familie in de bergen. Op een dag reisden ze een lange weg om te baden in zee. Hun Cane Corso die nog nooit de zee had gezien, werd bang toen hij zijn familie in de golven zag verdwijnen.
Hij sprong onmiddellijk in het water, pakte de mensen voorzichtig bij de schouder en trok ze terug het strand op.
Geen oceaan die zijn familie van hem afpakte.

Aangezien de Cane Corso een zelfstandig en zelfstandig werkende hond is, moeten er wel een aantal eisen aan de baas gesteld worden. Enige ervaring, en dan het liefst met dogachtigen, verdient de voorkeur. Goede socialisatie van de hond en begeleiding van de baas door een kynologenclub is een echte aanrader. De Cane Corso vindt het leuk om bezig te zijn en is goed leerbaar. Er zijn Cane Corso,s bekend die aan obedience doen, anderen speuren goed en weer een ander doet het goed op de behendigheidscursus.
Door iets te doen met uw Corso wordt de band tussen baas en hond hecht.

Over het algemeen is de Cane Corso in huis een rustige hond, mits er ook veel buiten met hem gedaan wordt d.m.v. lopen, spelen, fietsen, cursus.
Aangezien de Cane Corso een familiehond is kan hij niet dagen achtereen alleen opgesloten worden in een kennel, hij zou wegkwijnen . De Cane Corso heeft een roedeltje nodig en uitdaging in de vorm van andere honden en/of mensen.
 
Auteur: M. Weseman- van der Scheer